Het Noorden

 

Gisteren zijn we voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar het Noorden geweest, waar de Roots van Geert mijn Eega liggen. Zijn vader, mijn schoonvader, was namelijk in de gemeente Odoorn geboren. We kregen een uitnodiging van onze dochter en haar man om richting richting Emmen te komen, want hun verbleven daar met de tweeling in een vakantiehuisje voor een aantal dagen. We besloten om de toeristische route te nemen. Wonder boven wonder hadden we mooi weer. Maar voorbij Deventer in de buurt toch even een domper, want langs de weg meen ik in het voorbijgaan in een flits een marterachtige te zien liggen. Ik besloot toch om even te gaan kijken . Mijn vermoeden dat het om een Bunzing ging, bleek dan ook juist te zijn. Waarschijnlijk lag het dier er al even , want de geur van ontbinden was al duidelijk waarneembaar. Jammer je krijgt deze dieren maar zo zelden levend te zien. Maar goed we gingen weer verder , op naar de kinderen en kleinkinderen richting Emmen via een prachtige route. Rond de middag waren we op de plaats van bestemming bij onze dochter en haar man en de tweeling. Na een een aantal heerlijke uurtjes bij hun te hebben doorgebracht gingen we weer op pad richting Valthermond

Valthermond (

de geboorte plaats van mijn schoonvader. Voor 30 jaar terug een lange kale weg met aan 1 kant van de weg de huisjes voor het gewone volk, en aan de andere kant de grote boerderijen van de Scholtenboeren.

Valthermond

Tot mijn grote verbazing was de weg nog steeds zo lang, maar wel totaal anders. Het was een groene oase geworden met aan de ene kant van de weg weer volop water, zoals het heel vroeger ooit was geweest, voordat alles werd dichtgegooid.

Valthermond

Oase is voor mij gevoel wel de juiste naam, want als je over het water tussen de bomen doorkeek dan zag je een enorme uitgestrekte vlakte, niets meer en niets minder

Valthermond

We besloten om naar de plekken te gaan waar de woningen stonden van mijn mans Opoe en Opa. De senioren woning van Opoe en Opa bleek er ook nog steeds te zijn, evenals de woning daarvoor.. Na een foto te hebben gemaakt van beide woningen , moesten er natuurlijk ook nog Hardbroden gescoord worden. Maar dat viel helaas niet mee, en uiteindelijk is het ook niet gelukt, zelfs niet bij de supermarkt met de gelijkende naam. (geen familie trouwens) Die hardbroden dat is voor mijn eega toch een beetje jeugdsentiment. Officieel heet dat brood …. Oost Groninger Hard brood. Een Tarwebroodje van opgerold deeg, rond, doorsnede 10 cm, 2-3 cm hoog, lichtbruine bovenkant en witte zijkant, zacht-taaie structuur, licht-zoete smaak. In het verleden werd Groninger hardbrood gegeten door de mensen die meerdere dagen achtereen in het veen verbleven om turf te steken. Door het deeg met weinig water te bereiden, was het broodje langer houdbaar. De aanduiding stoet-hardbrood geeft aan dat het ging om een bijzondere broodsoort, bereid met tarwemeel. In het noorden van Groningen werd tarwe verbouwd. Toen na de Tweede Wereldoorlog andere brandstoffen de turf vervingen, verloor het hardbrood zijn functie, maar het is als streekspecialiteit van de Veenkoloniën – het gebied tussen Stadskanaal en Winschoten – blijven bestaan. In vissersplaatsen is het bekend onder de namen zeekaak en scheepsbeschuit. Bereiding De eerste rijs duurt vanwege de stijfheid van het deeg wel 8-10 uren, totdat het oppervlak er ruw uitziet. Dan wordt het deeg onder druk een aantal malen uitgerold en gevouwen. De laatste twee keer wordt er wat spijsolie tussen de lagen gedaan. Het deeg wordt tenslotte uitgerold tot een laag van 1 cm dik. Het oppervlak wordt ingeprikt met een stok met spijkers om het vormen van ′blaren′ tijdens het bakken te vermijden. Met een soort ponsmachine of met de hand worden ronde pillen uitgestoken en op de bakplaat gelegd. De tweede rijs duurt 75 minuten. De broodjes worden 8 minuten in een zeer hete oven (300-320 graden) gebakken. Gebruik: vroeger bij het werk in het veen, met of zonder beleg, tegenwoordig bij de broodmaaltijd als ′sandwich′. Zie ook dit filmpje over de bereiding van het Hard brood.