Het Deelerwoud

Eindelijk  hadden we gisteren de wandelschoenen weer aan.

Na de bewuste dag in april, dat manlief te horen kreeg dat spreekwoordelijk het politieke doek voor hem gevallen was, kwam er In ieder geval van het wandelen in de bossen en op de heide op de 1 of andere manier niets meer terecht.

Maar gistermorgen liepen we weer door de bossen en op de heide van het Deelerwoud, in de buurt van Hoenderloo.

Het was het mooiste weer van de wereld, en omdat er toch geen regen voorspeld was lieten we de jassen in de auto.

Toen we de auto parkeerde bij het tunneltje dat onder de A50 doorgaat, zagen we dat het hek openstond. Het is toch een kleine moeite om achter je rug dat hek dicht te doen, want je wil toch niet op je geweten hebben dat er wild op de rijbaan komt. Maar gelukkig is er een soort van sluis, en is er nog een tweede hek, waar je doorheen moet, en die zat gelukkig dicht.

Wat had ik dit gemist, en wat zag het er weer mooi uit met al dat bloeiende Vingerhoedskruid en Jakobskruiskruid vol met rupsen van de Sint-jacobsvlinder.

Een prachtige Roodborsttapuit man

Roodborsttapuit – Saxicola rubicola

Roodborsttapuit – Saxicola rubicola

hield ons angstvallig in de gaten, en een eindje verderop begonnen 2 Boompiepers tegen elkaar op te zingen.

Overal vlogen de Hooibeestjes op, en elke keer weer ben ik verbaast over de naam van dit mooie vlindertje, want ik vind de naam niet echt passen bij een vlinder. Ook een aantal Grasmotten,en Zilverstreepuiltjes(nachtvlinder) lieten zich bewonderen.

Heideringelrups - Malacosoma castrense

Heideringelrups – Malacosoma castrense

Toen we al een eind gelopen hadden zag ik ineens 2 prachtige grote rupsen, nog nooit eerder daar gezien, terwijl het toch rupsen zijn die op de heide leven, en ook nog eens daar naar vernoemd zijn namelijk de Heideringelrups . En in het echt zijn ze bijna nog mooier dan op een foto, wat een kleuren!

 

Overal vonden we verse mest van Edelherten, en die mest werd bestormd door de Mestkevers. Overal kwamen die vandaan vliegen, en je vraagt je af hoe het komt dat ze het weten dat daar op die bepaalde plek mest ligt.

Nog een eind verderop lag een Hazelworm op het pad zich op te warmen in de zon. Manlief zag de Hazelworm liggen, die heeft er echt een oog voor. In eerste instantie denk je dat er een slang ligt, maar het is een pootloze hagedis, die zich meestal goed onder bladlagen of tussen de heide verschuilen.

Hazelworm – Angui fragilis

Hazelworm – Angui fragilis

De meeste kans om ze te zien is in de maand mei, omdat ze dan het meest op open plekken aan het zonnen zijn. Dit was dus een mazzeltje, en helemaal voor een echtpaar die een eindje verderop stonden, en die ons uitvoerig bedankte voor het feit dat wij hun attent hadden gemaakt op de aanwezigheid van het reptiel.

Het lopen voelde goed, dus we maakte de wandeling iets langer dan we aanvankelijk van plan waren. Bij Snakealley, zo genoemd door ons omdat we daar voor het eerst een Adder zagen, was er zoals meestal het geval is, ook deze keer geen slang te bekennen, maar je blijft hopen.

De lucht boven ons bevatte steeds meer wolken, maar het zag er niet naar uit dat het snel zou gaan regenen. In de verte was de Koekoek aan het roepen, en boven ons hoofd leken 2 Raven een verschil van mening te hebben. Even later ging 1 Raaf in een boom ziitten, met heel veel kabaal, terwijl de andere Raaf nergens meer te bekennen was. En zo liepen we verder genietend van de betrekkelijke rust. Want nog niet heel veel mensen waren we tegen gekomen. Vlak voordat we de heide afliepen begonnen er allemaal Heideblauwtjes(dagvlinders) rond te vliegen. En voor we het in de gaten hadden werd de lucht alsmaar donkerde. We konden nog net op tijd de rand van het bos bereiken, en toen barste de bui al los.

Onze jassen lagen ongeveer 4 km verderop in de auto te liggen, maar gelukkig boden een boom, en een klein opvouwbaar parapluutje wat bescherming. Hier gelukkig geen Regendazen. Als de camera’s maar niet nat werden, dat was voor ons het belangrijkste. Toen het van de regen in de drup overging, besloten we om verder te lopen, en voor een aantal Edelhertendames met in ieder geval 1 jong kwam dit als een verrassing. Heel even stonden we op ongeveer 20 meter afstand (voor ons gevoel) bijna oog in oog met de prachtige dieren, en het andere moment waren ze alweer geruisloos in de begroeing verdwenen. Geen tijd om een foto te maken, maar dat moment vergeet je niet snel meer.

Bij de auto aangekomen bleek weer het hek open te staan. Ik snap dat niet als je een hek kunt openmaken, dan kun je het ook weer dicht doen lijkt mij. Maar misschien denkt men dat het hek vanzelf weer dicht valt.

Op de achterbank van onze auto lagen nog keurig netjes de regenjassen, die nog helemaal droog waren, in tegenstelling tot ons.

Natte schoenen

Natte schoenen

Maar al die nattigheid kon voor ons de pret niet drukken, we hadden een heerlijke wandeling in een prachtig gebied achter de rug, en op relatief korte afstand van ons huis, waar schone en droge kleren op ons lagen te wachten.