De Oehoe in de Steengroeve in Winterswijk

Gisteren een rondje achterhoek gedaan, samen met Geert en Ulli de hond.

We hadden weer eens een zeer bewogen week achter de rug, dus besloten we, om richting Winterswijk te gaan, en de boel de boel te laten.

Winterswijk, de plaats waar mijn vader geboren en getogen is , en waar ik alleen maar goede herinneringen aan heb.

De wandelingen door die prachtige natuur daar, samen met mijn vader, ooms en broers, zal ik niet snel vergeten.

Mijn vader kwam van een boerderij. De boerderij stond en staat nog steeds aan de Beusinkweg in Winterswijk.

Ravenhorstmolen

Ravenhorstmolen

Ravenhorstmolen dat was de naam van de boerderij, en het werd al die jaren door de familie gepacht van de buren aan de andere kant van de Beek.

De moeder van mijn vader, mijn Opoe, woonde daar met het gezin van een oudere broer van mijn vader, en mijn vaders jongste broer, die tot aan zijn overlijden vrijgezel is gebleven.

Als kind kwamen wij er een paar maal per jaar en 1 keer mocht ik er zelfs met mijn zusje logeren.

Hoe dan ook, Winterswijk was altijd weer een hele belevenis.

Het begon al met reis er naar toe, met de boemeltrein van Doetinchem naar Winterswijk.

Bij aankomst in Winterswijk werden we vaak opgewacht door 1 van mijn ooms . Mijn moeder ging dan met de jongste kinderen in een taxi naar de boerderij, en ik, als oudste,(later ook met 1 van mijn broers ) liep meestal samen met mijn oom en mijn vader naar de Beusinkweg. Prachtig vond ik dat.

Mijn vader, genoot hiervan ook altijd met volle teugen.

Er was onderweg altijd genoeg te vertellen over en weer.

De boerderij met al die dieren was voor mij het mooiste dat er was, en ik vergat dan ook altijd, tot grote ergernis van mijn moeder, dat ik mijn “zondagse” kleren aan had.

Gelukkig bedacht mijn tante daar altijd een oplossing voor, en kreeg ik oude kleding van mijn nichtje aan, en zo kon ik tenminste, zonder dat het wat uitmaakte dat ik smerig werd, de stallen in.

Bij mijn oom en tante liepen er nog varkens buiten in de modder te wroeten, en er werd met de hand gemolken .

Mijn oom had ook geen tractor, alles werkte daar nog op 1 PK met de naam Corrie

Corrie was voor mij het liefste paard wat er was, maar mijn oom (de jongste) die de vriendelijkheid zelf was, maakte mij elke keer weer duidelijk dat ik op afstand moest blijven.

Ik mocht Corry pas aaien als ze op stal stond, en ik veilig achter een schot stond.

Tijdens zo’n bezoek werd er ‘s middags ook vaak gewandeld.

En zo gebeurde het dat we op een goed moment tijdens zo’n wandeling bij de Steengroeve kwamen.

Een ontzettend lelijke maar ook wel fascinerende plek vond ik dat toen.

In mijn herinnering stond er alleen maar prikdraad omheen , en ik kreeg van mijn oom de opmerking dat ik moest oppassen omdat het gevaarlijk was.

Verder weet ik er niet zoveel meer van.

Gisteren kwamen Geert en ik, net als andere keren dat we richting Winterswijk gingen, weer uit bij

de Steengroeve, en natuurlijk in de hoop dat we de Oehoe zouden zien.

Winterswijk - Steengroeve

Winterswijk – Steengroeve

En weer konden we haar niet ontdekken.

Maar voor ons maakt dat nooit zoveel uit , want in tegenstelling tot vroeger is het nu een mooi gebied.

Naast ons kwam echter een man staan, en die richtte zijn verrekijker heel specifiek op een bepaalde plek.

“Ziet u de Oehoe zitten”; vroeg ik aan de man.

Zijn antwoord was bevestigend en hij wees mij de plek aan.

Maar hoe ik ook met de verrekijker keek, ik zag het maar niet, totdat ik ineens met het blote oog een bruine plek in de wand iets zag bewegen. Ook Geert had moeite op onze aanwijzingen de vogel in de wand te ontdekken, maar uiteindelijk konden wij allebei life de Oehoe met de mooie latijnse naam Bubo bubo bewonderen.

Bij de Oehoe kon ieder moment een ei uitkomen, maar op dat moment werd er nog volop genoten van het voorjaarszonnetje.

Oehoe – Bubo bubo

Oehoe – Bubo bubo

Zo raar dat we steeds over de plek heen hebben gekeken, nu dan toch eindelijk live de Oehoe gezien.

Wat een prachtige vogel, zo in haar biotoop. Gelukkig is er nu een stenen kijkwand , en is er door staatsbosbeheer een aarden wal opgeworpen. Nu heeft het Uilenpaar weinig last van al die kijkers, als tenminste iedereen maar netjes op de toegestane plekken blijft.

De Oehoe is via de camera natuurlijk ook heel goed te volgen op de website

Beleef de Lente

Blij dat we eindelijk de Oehoe hadden gezien, maar aan de andere kant ook wel weer jammer, dat het spannende van het zelf ontdekken er af is.

Na ons bezoek gisteren is het eerste uilskuiken uit het ei gekropen.

Vandaag was bij Beleef de Lente heel goed te zien dat de Oehoe de lege eischaal opat

Ongelooflijk dat zo iets lelijks, in mijn beleving, als die steengroeve, zich ontwikkeld heeft tot een prachtig kwetsbaar stukje natuur, en die de laatste jaren nu ook door een zeldzame verschijning als de Oehoe uitgekozen is om jongen groot te brengen.

Mijn vader moest eens weten.

De laatste uil die hij had gezien was een gemummificeerde Ransuil,

die we samen vonden in de schuur van de buren van de familie in Winterswijk.

Voor mij was het mijn allereerste uil, en tot mijn verdriet toen, ook nog dood.

Gelukkig was die dode uil voor mij niet mijn laatste uil.

One Reply to “De Oehoe in de Steengroeve in Winterswijk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *